Sport in mijn jeugd
In mijn jeugd ben ik met vele sporten in aanraking gekomen. Mijn ouders hebben mij altijd gemotiveerd om iets aan sport te doen.
Zwemlessen op zeer jonge leeftijd waardoor ik mijn eerste zwemdiploma al ruimschoots had toen schoolzwemmen begon voor ons.
Mijn vader, een oud voetballer met hartstocht voor Go Ahead Eagles, heeft zijn best gedaan me als voetballer te zien, maar die illusie was rap weg volgens mij. Eén of twee seizoenen op het voetbalveld waren dan ook het maximaal haalbare en voor de voetbalsport maximaal toelaatbare; ik was geen reclame en geen aanvulling voor de sport.
Judo en turnen
Ook op de judomat heb ik in mijn kinderjaren gestaan. Mijn ouders vonden een zelfverdedigingssport met pedagogische waarde belangrijk. De afstand en nabijheid, de manier van omgang op de mat en de duidelijke budo normen, die werden onderwezen, waren goed voor mij. Werd ik er direct weerbaarder van? Nee. Heb ik het lang gedaan? Nee.
Later ben ik gaan turnen, iets wat ik heel erg leuk vond, waar ik wel wat in kon en verder wilde, maar de omstandigheden en een andere passie zaten dit een beetje in de weg.
Wielrennen met mijn oom
Wielrennen. Ik ben begonnen met fietsen met mijn oom. Sjaak nam me mee op een toerfiets. Ik vond het fantastisch. Toerfietsen was het in die tijd. Mijn oom deed dit in zijn vakanties ook in het buitenland. Met de jaren is het fietsen naar jeugdwedstrijden gegaan, waar ik niet presteerde. Ik was nog jong en had weinig ervaring, maar de trainingen en de omgang met de clubgenoten vond ik te gek. Ik keek erg op naar mijn oom. Hij kwam via de toervereniging bij wedstrijdrijders en wist zich best te weren. Een harde werker die altijd volle bak ging; altijd en elke training. En ik was onder de indruk van zijn kuiten…. Poh!
Even later werden mijn oom en ik bekend met hartslagzones en gereserveerde trainingen. Samen hebben we nog de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik gereden; dit nog voor ik het leger in ging.
Het leger
Ik ging in dienst en kon door de oefeningen en inconsequente trainingsblokken niet door met fietsen. Iets dat me moeite kostte, maar ja ik wilde mijn Baret halen en in het leger door, dus het was nodig.
In het leger was het vooral hardlopen, hindernisbanen, potjes voetballen, touwklimmen enz. Niks gericht gedaan tot mijn 2e uitzending naar Bosnië. Daar ben ik nadat een groepsgenoot me vroeg mee te gaan, krachttraining gaan doen.
Het bodybuildingvirus
Ben je paraat militair van 20 jaar oud, 1.98 m lang en woog…72,5 kilo. Mijn gedachte: "als ik dan naar huis ga, zie ik er wat sportiever uit". Dit lukte redelijk, want ik kwam 6 kilo zwaarder thuis. Genoeg?
Nee natuurlijk niet! Ik heb er toen een periode alles aan gedaan zoveel mogelijk massa te pakken. Ik kwam in contact met een begeleider die me hielp met voeding en trainingen en na een jaar woog ik 94 kilo. Genoeg? NEE natuurlijk niet. Het bodybuildingvirus had toegeslagen.
Na ups en downs in de jaren van het bouwen aan meer spiermassa heb ik een wedstrijd in de +90kg klasse gewonnen. Daar stond ik met 110 kilo op een podium met als ultieme gewicht 132 kilo een jaar later.
Kickboksen en MMA
Maar toen was ik 29 en was ik klaar met alles … het vele eten, de trainingen, het leven zoals het eruitzag. Ik ging voor mijn conditie en i.v.m. mijn frustraties kickboksen. Wat ik aanvulde met grondtrainingen met een technisch begaafde judoka. Doel: ik wil eens een MMA-wedstrijd vechten.
Dit gebeurde na 3 maanden, gevolgd door nog 2 amateur partijen. Eén verlies en 2 wins verder kreeg ik geen partijen meer op amateurniveau. Waarna ik mocht invallen tegen een pro-MMA jongen. Klappen gekregen van jewelste. Poh….maar ik vond het te gek. Ik mocht niet terug naar amateur, terwijl mijn niveau zeker nog op peil was.
Het maakt niet uit, dacht ik. Hard werken brengt verbetering. Dit gebeurde ook: ik ging naar een andere krachttrainer, kreeg meer partijen en na 50/50 uitslagen zelf een kans om op contract bij een team te vechten.
Grappling had mijn liefde in de sport van MMA, prachtig om de vele mogelijkheden te vinden en te zien in het spelletje. Hierom ben ik ook meer grappling dingen gaan doen. Ik was ondertussen al onder de 100 kilo geweest met vechten, maar dit was niet fijn, dus heb ik weer gebouwd tot 110/114 kilo.
Dit alles probeerde ik allemaal te doen terwijl ik met mijn toenmalige partner een gezinsgroep draaide, wat inhield dat we 6 jongeren in huis hadden wonen die we begeleiding gaven in het dagelijks leven. Niet ideaal, maar ik wilde het proberen en met de steun van mijn vrouw ging dit toch best aardig.
Wel kwam ik tot de conclusie dat ik veel te laat begonnen was in de sport voor iemand die echt nog de top wilde bereiken. Na wat verliespartijen kreeg ik kans op een rematch, tegen een letterlijk grote vechter. Het was een debacle; ik verloor op kinderlijke wijze en dit was mijn laatste partij.
